| Jeroen Duijfjes : kontra, herdersfluit en zang | ||
| Ooit klassiek begonnen op blokfluit en dwarsfluit, maakte ook Jeroen kennis met de volksmuziek uit Oost-Europa in orkest Csárdás. Hij ging daar panfluit spelen en later ook akkoorden op de altviool. In het Hongaarse danshuis raakte hij in de ban van de Hongaarse volksmuziek en dans. Toen in orkest Ördöngős de kontraplaats vacant kwam, greep hij zijn kans en de akkoorden vanaf dat moment op drie snaren tegelijk. |
|
Na een eerste stoomcursus in Jászberény bij Antal Fekete (“Puma”), leerde hij verder vooral bij Szabolcs Hrúz, de weergaloze kontraspeler van orkest Düvő uit Salgótarján. Leermeesters en favoriete voorbeelden bij de authentieke orkesten uit Transsylvanië zijn verder vooral Stefan Moldovan uit Palatka en Ferenc Mezei (“Csángáló”) uit Szászcsávás. |
| Naar Boven | ||
| Frank de Jong : bas, tárogató, cobza, gardon en zang | |
| Frank de Jong speelt vanaf zijn 12e klarinet en saxofoon, waarbij hij een klassieke opleiding op de muziekschool kreeg en daarbij ook proefde aan de jazzmuziek. Zijn eerste kennismaking met Oost-Europese volksmuziek betrof een optreden van de Hongaarse groep Muzsikás in 1978. Vervolgens speelde hij gedurende 13 jaar bij Csárdás, aanvankelijk als klarinettist en taragottist, en later als bassist. Het spelen van volksmuziek op de contrabas leerde hij in de praktijk, en door het volgen van lessen en cursussen bij diverse binnen- en buitenlandse specialisten, waarbij hij de Hongaarse stijl met name leerde van Gyula Kozma, Pál Havasréti en Róbert Doór. Vanaf de oprichting maakt Frank onderdeel uit van Ördöngős. Daarnaast speel(t)de hij o.a. in folklore orkest Zanat, balkanband Axxent, het Roemeense ensemble Hai Mîndruto en balkanmuziek en zigeunermuziek met het Sat Malo Trio en met Trio Trabant. Frank maakte tournees in binnen en buitenland en speelde mee op verschillende CD's. |
|
|
|
(ütő)gardon Dit instrument heet letterlijk vertaald slagcello. Er zitten 4 snaren op: 3 dikke en 1 dunne darmsnaar, alle in d gestemd. Op de dikke snaren wordt geslagen met een stok, aan de dunne snaar wordt getrokken, zodat hij met een tik op de toets terugspringt. Dit instrument wordt alleen in Gyimes (een paar kleine dorpjes in de Karpaten) gebruikt. Meestal speelt een echtpaar samen: de man op de viool, zijn vrouw op de gardon.
|
|
tárogató (of taragot) Dit houten blaasinstrument heeft een enkel riet en vertoont gelijkenis met een sopraansaxofoon. Waarschijnlijk is dit instrument in de tweede helft van de negentiende eeuw, na de uitvinding van de saxofoon, in Hongarije ontworpen. Het instrument wordt zowel in de Roemeense als Hongaarse volksmuziek op grote schaal toegepast. |
![]() |